Eind september vierde New Holland het 120-jarige bestaan van zijn fabriek in Zedelgem. Zelf noemen ze het hun ‘Global Centre of Harvesting Excellence’.
Voor de groep waartoe New Holland behoort is Zedelgem een strategische locatie voor de ontwikkeling en productie van maaidorsers, zelfrijdende veldhakselaars en grootpakpersen.
Grondlegger Leon Claeys
De fabriek in Zedelgem vindt haar oorsprong in 1906, toen Leon Claeys er een ingenieursbedrijf oprichtte en dorsmachines begon te bouwen. Eerst waren dit getrokken dorskasten, pas in 1952 introduceerde Claeys met de MZ zijn eerste zelfrijdende maaidorser.
Zo’n 12 jaar later kocht het Amerikaanse bedrijf Sperry New Holland de Belgische firma Claeys. Daarmee werd de basis gelegd voor de verdere internationale groei van de activiteiten in Zedelgem. Vandaag is de productie daar gehuisvest op een terrein van 36 ha, terwijl dit in 1952 nog maar 3,5 ha was. Daarrmee is het ook de grootste fabriek binnen de EMEA-regio (Europa, Midden-Oosten en Afrika) van CNH, de grotere groep waartoe New Holland behoort. Wereldwijd gezien heeft die groep wel 40 productielocaties, 49 onderzoeks- en ontwikkelingscentra, 9 merknamen en 34.000 personeelsleden.
In Zedelgem zit niet enkel de fabricage van oogstmachines, ook het team dat deze machines ontwerpt en test vindt er een onderkomen. In totaal zijn er nu zo’n 2.500 medewerkers tewerkgesteld die een dertigtal nationaliteiten vertegenwoordigen en het resultaat van hun werk naar 130 landen exporteren.
Sinds 1906 zijn er meer dan 240.000 maaidorsers gebouwd in Zedelgem en is de ontwikkeling hiervan goed voor meer dan 1.000 patenten.
Eén vlaggenschip per uur
In Zedelgem worden de ‘vlaggenschepen’ van de fabrikant gebouwd ofwel de conventionele CX-, de hybride CH en de CR Twin Rotor-maaidorsers. Daarnaast heeft New Holland nog een productievestiging in Indië en Polen, waar maaidorsers geassembleerd worden. In Polen worden tevens graanmaaiborden vervaardigd.
Zedelgem is daarmee ook de wereldwijde productielocatie voor de New Holland CR10 en CR11 Twin Rotor, topmodellen met een vermogen tot 775 pk en een graantankcapaciteit van 20.000 l. Deze dorsers laten zich niet enkel opmerken met indrukwekkende technische data, maar ook door de aanwezigheid van geavanceerde connectiviteits-, automatiserings- en monitoringssystemen. Ze maken gebruik van de allernieuwste AI- en automatiseringstechnologie. Daardoor kunnen prestaties en efficiëntie gemaximaliseerd worden om een zeer hoge productiviteit te bekomen.
Tijdens het persmoment over het 120-jarige bestaan van de fabriek in Zedelgem, gaven de medewerkers van New Holland uitdrukkelijk aan niet enkel op de geschiedenis te willen terugblikken, maar vooral vooruit te willen kijken. Met de CR11-maaidorsers zijn ze klaar voor de toekomst. Dit ‘maaidorsplatform’ kan nog veel meer, als de markt er klaar voor is. We staan nog maar aan het begin van wat mogelijk is met onze technologie, klonk het.
Ook grootpakpersen en veldhakselaars
Verder worden er in Zedelgem de zelfrijdende FR Forage Cruiser-veldhakselaars gebouwd en de BigBaler- grootpakpersen onder de New Holland en Case IH-merknaam.
In theorie kunnen er tijdens één dagschift van 8 werkuren ook 8 maaidorsers gebouwd worden. Er is de mogelijkheid om maaidorsers in een tweeploegenstelsel te bouwen, zodat de productie dagelijks op 16 stuks komt te liggen. Op 8 werkuren is het bovendien ook mogelijk om 3 veldhakselaars te bouwen en 8 persen. Voornoemde cijfers zijn het theoretische productievolume dat de fabriek in Zedelgem kan realiseren. Door de actuele marktomstandigheden en bijhorende vraag kunnen deze aantallen echter niet gehaald worden. De effectieve productie nu ligt op de helft van wat in theorie mogelijk is.
Lees het volledige verhaal via: www.landbouwleven.be
